Skip to main content

Begin deze zomer werd het dorpje Blatten in het Zwitserse Lötschental bedolven onder een grote aardverschuiving die hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt is door een deel van de bovenliggende gletsjer die was ingestort. Hoe kon dit gebeuren?

 

Het Lötschental is een van de gletsjerdalen aan de voet van het Jungfraumassief. Het dal begint dus bij een uitloper van een gletsjer en is omringd met bergen die boven de sneeuwgrens liggen, hier ligt dus vrijwel altijd een laag sneeuw op en hier heerst dus ook permafrost. Permafrost is een bodem die gemiddeld gezien het hele jaar bevroren is, soms ontdooit de bovenste laag nog wel in de zomer maar over het algemeen is alles dus bevroren. Dit is ook de basis van het ontstaan van gletsjers en dus ook de oorzaak voor de gletsjers in en rond het Lötschental. 

Deze zogenaamde permafrost vormt naast de vele gletsjers ook de basis voor het stabiele gesteente van de bergen rond het dal. In de bergen vindt constant afbraak van het gesteente plaats, de grote rotsen worden door de kracht van water afgebroken. Deze rotsen bevriezen en worden steeds verder uit elkaar getrokken en langzaam over grote tijdschalen getransformeerd tot kleine kiezels. Zoals u misschien wel eens gezien hebben bevatten vrijwel alle rotsen kleine kiertjes en scheurtjes in hun gesteente, en in deze scheurtjes kan langzaam water stromen. In het geval van permafrost bevriest dit water en blijft het ook bevroren, hierdoor werkt het ijs als een soort cement dat de stenen bij elkaar houdt. 

 

In de alpen is het de laatste zomers ongekend warm geweest, wat ervoor heeft gezorgd dat deze permafrost in de zomer ook op de hoogste toppen ontdooide en dat ook de meeste sneeuw in Juni al verdwenen was, terwijl dit normaal altijd pas tegen september is. In de winter en soms in de nacht vriest dit dan wel weer aan, maar dit is juist problematisch. IJs heeft namelijk een lagere dichtheid als water, dit betekent dat 1 liter ijs meer ruimte in neemt dan 1 liter water. Als het smelt kan het dus verder stromen in de kleine kieren om vervolgens daar weer te bevriezen. Hierdoor komt er druk op het gesteente en na genoeg herhaling breekt het dan af als het ijs niet meer sterk genoeg is om het eventuele extra gewicht te dragen.

Boven het dorpje Blatten is dit ook gebeurd en hierdoor is een deel van de Kleines Nesthorn afgebroken. Dit deel van de berg is op de gletsjer gevallen die boven het dorp lag. Zo’n gletsjer kan natuurlijk niet in één keer zoveel gewicht hebben en stort ook in elkaar. Op deze manier is er een allesvernietigende aardverschuiving ontstaan die op het dorpje Blatten terecht is gekomen.

 

Volgens Christian Huggel, glaciologist aan de universiteit van Zürich, zijn dit soort aardverschuivingen tot nu toe vrij uniek. In 2002 is er in de Kaukasus iets soortgelijks gebeurd en sindsdien komt het om de zoveel jaar weleens voor. Huggel kijkt ook naar de relatie met toenemende klimaatverandering, die vooral in de Europese Alpen sterke effecten begint te hebben, zoals het verdwijnen van permafrost in hoger gelegen gebieden en een toename van sneeuwsmelt in combinatie met minder sneeuwval in de winter.

Hierdoor kunnen een stuk meer bergen instabieler worden wat voor grote risico’s kan zorgen in de beneden liggende bewoonde dalen. Al met al zou de aardverschuiving in Blatten dus ook zeker niet de laatste zijn met deze oorzaak.